Josephine van Pampus
pastoraal werker

Waterlelie 17
3824 GJ  Amersfoort

033 889 09 94

(vrij op vrijdag)

profielen: gemeenschapsopbouw en oecumene

06 3009 9163

 

Pastoraal werker Josephine van Pampus (1960) groeide op in Bussum en slaagde op het St Vituscollege voor haar vwo- diploma. Sinds 2008 is ze verbonden aan de parochie van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort

Fluit of Logopedie?
“Dat werd het allebei niet. Mijn leraar wist me ervan te overtuigen, dat het nooit meer zou kunnen worden dan docent en bij logopedie eindigde ik op plaats 41 terwijl er maar 30 plaatsen (en 500 aanmeldingen) waren. Uiteindelijk heb ik de laboratoriumschool gedaan. Een redelijke uitdaging omdat ik geen natuurkunde en scheikunde in mijn pakket had. Maar het lukte en ik slaagde gewoon in de tijd die ervoor stond. Voordat ik mijn diploma kreeg, had ik zelfs al een baan.”
Josephine werkte vervolgens vijftien jaar in de laboratoria van diverse ziekenhuizen. In 1987 begon ze met een (deeltijd)studie Theologie, dat was dus naast haar werk als medisch analist.

Waarom theologie?
Ik kan natuurlijk zeggen dat ik ervan houd om mensen bij God te brengen. Dat klopt natuurlijk wel, maar bij mij was het ook zo dat ik als 14 jarige in een jongerenkoor terechtkwam en vervolgens aan een traject begon dat ertoe leidde dat ik op mijn 17e mijn eerste preek hield. Ik vind het verhaal van het verbond van God en mensen ongelooflijk boeiend”.

Josephine heeft stage gelopen in Huizen, bij de priester/tekstschrijver Jan Duin en haar doctoraalscriptie ging over de manier waarop parochies zelfstandig kunnen functioneren met een pastoraal team op de achtergrond. Een van haar conclusies was, dat niet elke parochie daartoe in staat is.

“Na het afronden van mijn theologiestudie (in 1995), kon ik op meerdere plaatsen terecht, maar het werd Purmerend, waar een van mijn taken de katechese was en het werken in de Missionair Oecumenische Gemeenschap – vergelijkbaar met het Brandpunt hier in Amersfoort. Ik moet er nog steeds om glimlachen, dat ik ook deels door de Protestanten werd betaald. Na 12 jaar met veel plezier gewerkt te hebben in Purmerend en 6 omliggende parochies hoorde ik via een studiegenote, dat er een vacature zou komen in Amersfoort en besloot mij daar aan te bieden.

Werken in Amersfoort
“Het midden van het land trok mij en ik vind het hier een erg leuke werkomgeving. Het is een middelgrote stad, er is veel knowhow bij de parochianen en er zijn veel vrijwilligers. Mijn werk bestaat voornamelijk uit het voorgaan in de liturgie, het begeleiden van pastoraatsgroepen en natuurlijk ook pastoraal werk zelf, zoals bijvoorbeeld het begeleiden van uitvaarten. Beide terreinen vind ik leuk. Enerzijds het pastoraat: dat je met mensen op mag trekken. Je wordt er erg bescheiden van als mensen je in vertrouwen nemen en het gaat lang niet altijd over geloofszaken. “Wie ben ik dat mensen mij dit willen vertellen? Anderzijds de liturgie: ik probeer het verhaal van God en de mensen in deze tijd te plaatsen en mensen te bemoedigen, maar ook hen wakker te schudden en op een ander been te zetten. Dat doe ik graag.

Rode draad
“Naast liturgie en pastoraat heb ik nog een ander draadje door mijn leven lopen en dat is de muziek. Na de Algemene Muzikale Vorming leerde ik piano spelen, maar op zeker moment kreeg ik les bij een leraar waar ik het niet naar mijn zin had en bijna was ik helemaal gestopt, maar mijn ouders daagden me uit om ook een ander instrument te leren spelen. Ik dacht aanvankelijk aan harp, maar koos de fluit. Die is natuurlijk wel wat gemakkelijker te vervoeren. In Purmerend heb ik een violist leren kennen en samen met een pianiste vormen we al enige tijd een trio (“Fluvio” fluit-viool-orgel). Dat klopt niet helemaal, want meestal is het geen orgel, maar piano, maar het klinkt wel lekker. We hebben een aantal jaren geleden zelfs een keer een cd’tje gemaakt en de opbrengst aan een goed doel besteed. Een andere passie van mij die ik wil noemen is reizen. Ik ga graag op reis en zie dan ook uit naar onze parochiereis naar Israël in april.”

Veranderingen in de kerk
“De inkrimping van ons pastoraal team vind ik echt een verarming. Niet alleen omdat je meer moet doen met minder mensen, maar vooral ook omdat je met veel te weinig mensen kunt sparren en nauwelijks toekomt aan nieuwe dingen. Dat sparren doe ik nu dan maar met mensen in vergelijkbare functies in niet-katholieke kerken.
Verder vind ik het jammer en zorgelijk, dat er steeds meer mensen afhaken, niet alleen uit de OLVA, maar ook uit de oecumene. Over vijf jaar bestaat deze kerk niet meer op deze manier; maar er zal wel iets anders ontstaan, daar vertrouw ik op.

Overigens vind ik dat ik nog steeds het mooiste werk ter wereld heb in een lastige kerkstructuur, maar de ervaring leert: het zijn de mensen van de geloofsgemeenschappen die je dragen”.