PDF PDF Print

Katholieke sociale leer

De katholieke sociale leer levert criteria voor een ethische beoordeling van het sociale en economische leven. Deze criteria worden ontleend aan de Bijbel, de filosofie, pauselijke encyclieken en brieven van bisschoppenconferenties. Het moderne katholieke sociale denken begint met de encycliek Rerum novarum (1891). Het is samen te vatten in 4 grondbeginselen:

Het bonum commune: goed samenleven betekent dat niemand verloren mag lopen, dat we elkaar zien staan en elkaar een naam, een gezicht geven, hoe minimaal ook: algemeen welzijn met rechten en plichten.

Menselijke waardigheid: ieder mens is beeld van God, hiermee stellen we tegelijkertijd de waardigheid van iedere mens centraal.

Solidariteit: dit is naastenliefde bedrijven. We geven uiting aan en doen recht aan het gebod van Gods liefde. We maken mensen gelukkig, incl. onszelf.

Subsidiariteit: een ordeningsbeginsel dat het verantwoordelijkheid nemen in de samenleving regelt. Vanuit het dragende idee dat iedere mens een sociaal wezen is, kan verantwoordelijkheid nemen vanuit een zo laag mogelijk niveau worden geregeld. Zo kunnen persoonlijke krachten en talenten tot bloei komen. Dat wil niet zeggen dat dit zonder begeleiding of hulp van anderen kan. Vanuit dit ordeningsbeginsel wordt ook naar de rol van de overheid gekeken.

 

Lees de beknopte introductie door Richard Steenvoorde op RKK.nl.

 

Zie ook het dossier Katholieke Sociale Leer op RKDiaconie.nl (ga naar dossiers > katholieke sociale leer)

 

Zie ook de website van het Centrum voor de Sociale Leer van de Kerk, in 2008 opgericht door bisschop Punt van Haarlem-Amsterdam

 

 

Naar de openingspagina diaconie OLV van Amersfoort