PDF PDF Print

Morgenwerk gulden werk

Interview met 3 collectanten

Op zondagmorgen 9 januari jl. was er na afloop van de viering van 9.30 uur een nieuwjaarsreceptie met als thema: Morgenwerk gulden werk. De betekenis van deze gezegde is: Vroeg in de morgen doe je vaak het makkelijkste het meeste werk. Met deze gedachte was deze receptie georganiseerd. Het was de gelegenheid om elkaar warme, goede en een mooi Nieuwjaar toe te wensen. Samen met een kopje koffie, thee met wat lekkers en een mooie toast lieten we het jaar 2011 goed beginnen. Maar we stonden ook stil bij een stukje historie. Het jaar 1957 stond centraal. Dit was het jaar dat onze kerk weer in gebruik werd genomen. Op 5 september 1957 vond de tweede kerkwijding plaats in de geschiedenis van de Sint-martinuskerk door Kardinaal Alfrink. In dat jaar waren Wim Emond, Herman Kok en Arie Noortman al collectant  Zij werden op deze ochtend in het zonnetje gezet en kregen een bijzonder kado, dat gemaakt is door Ans van Wegen. Het betrof een keramisch werkstuk voor de collectanten. Zij heeft een collecteschaal gemaakt. Aan de binnenzijde zie je een spiraal naar het midden, waar een uitsparing gemaakt is voor het muntstuk een gulden uit 1957. In de spiraal zie je wat symbolische visjes en brood. De schaal ziet er wat sober uit en de spiraal is verfraaid met een goudkleurige luster. Dit is het gouden randje voor al die jaren van inzet. De spiraal staat ook voor de tijdslijn en de altijd terug kerende cirkel. In het kunstwerk is ook een zilveren gulden te zien uit 1957. De naam gulden komt af van gouden en is symbolisch voor de inzet van deze heren. De naam van de Muntmeester uit die periode is Dr J.W.A. van Hengel wat overeenkomt met hun werkzaamheden het collecteren/hengelen naar geld. Het muntmeesterteken van deze heer Hengel is een vis, wat ons wel bekend is van het Bijbel verhaal van het brood en de vissen. Op de rand van de munt staat “GOD ZIJ MET ONS” , welke zekerheid we mogen hebben in het leven. Voorafgaand aan dit gebeuren had ik een paar weken daarvoor een gesprek met alle drie heren. Naast deze 3 keramische collecteschalen werd ook een bijzondere schaal uitgereikt aan Hennie van de Heuvel. Hennie heeft al meer dan 20 jaar en de administratie verzorgd van de St. Martinusparochie. Aan het eind van het vorige jaar is daar een eind aan gekomen. Zij werd ook verrast met een bijzonder keramisch kado. Dit kado was een schaal waarin vele papieren opgestapeld in liggen. Samen met een bijzondere zilveren gulden van haar geboortejaar was dit helemaal compleet. De overhandiging hiervan was voor haar een emotioneel moment. Zij waardeerde het dat de locatieraad haar zo in het zonnetje zette.

 

Collectant zijn is een roeping.

Arie Noortman (78 jaar) is al 57 jaar collectant. Hij is begonnen in de ‘noodkerk’. Deze was gevestigd in het huidige partycentrum: “t HooghLandt” Voorheen heette dit Concordia. Er werd hier ‘gekerkt’, omdat de eerste kerk vernietigd werd aan het eind van de tweede wereldoorlog. In dit gebouw kwamen vele kerkgangers bij elkaar verdeeld over twee zalen. Het was dan ook best lastig om al het collectegeld bij elkaar te brengen, want veelal begon het collecteren al tijdens het lezen van het evangelie. Hiermee werd bereikt dat je op tijd klaar kwam, want er werden toendertijd 4 kerkdiensten gehouden op een zondag. Dit duurde tot 1957, want toen werd de nieuwe kerk in gebruik genomen. Het collecteren was ook heel bijzonder, want je had er speciale handschoenen voor nodig om de collecteschaal of –zak rond te dragen in de kerk. Een andere bekende collectant is Herman Kok die al 75 jaar. Evenals Arie is hij ook al begonnen in Concordia. Voor deze tijd werd de collecte verzorgd door de leden van het kerkbestuur. Zijn eigen vader vervulde ook deze functie en dat is weer overgegaan naar hem. Maar zijn vader collecteerde wel vaker buiten de kerk. “Het zit dus een beetje in de genen”, zoals Herman kenschetst. Evenals Arie droeg hij ook handschoenen en hij denkt dat dit te maken had met de totale verzorging van het collecteren. Sommige collectanten hadden wat grove- of werkhanden en dat werd hiermee verborgen. Pastoor Hendriks was de bouwpastoor en hij was ook op zijn centen. Wat herman ook wel eens meegemaakt heeft is dat hij een knieperige boer heeft ontmoet die zijn plaatsengeld niet naar waarde wilde betalen. Dit hield in dat hij een te laag bedrag betaalde voor de plek waar hij zat. Het was ook de taak van een collectant om het plaatsengeld te innen en het is wel eens gebeurt dat een kerkganger altijd met een briefje van 25 gulden betaalde. Dit moest dan terplekke gewisseld worden naar de waarde van de plek. Pastoor Hendriks loste dat op door de desbetreffende persoon een zak met centen te geven t.w.v. dit bedrag, zodat hij altijd de waarde betaalde die er gevraagd werd.

Tijdens het collecteren, moest er ook regelmatig geld afgestort worden richting een zak. Hiermee konden alle kerkgangers zien wat de opbrengst was van de collecte per collectant. Het is Arie wel eens gebeurd dat hij per abuis de collectezak eens mee naar huis nam. Collectant zijn deed je gewoon. Er werd een oproep gedaan door de oude collectanten aan de parochianen om zich aan te melden voor deze taak. Hierna melden zich toendertijd 28 nieuwe collectanten, waar Arie, Herman en Wim de huidige collectanten nog van zijn. Op de vraag wat de mooiste momenten zijn als collectant verteld Arie: “Collectant zijn is vooral een mooie roeping tijdens de kerstdagen, want de collecteschaal zit dan vol met munten en biljetten. Nu beleefd Arie het zo dat je bij de vele vieringen met rolschaatsen door de kerk moet gaan, omdat er weinig kerkgangers zijn.” Hij vindt het nu ook een mooi moment om er na 57 jaar te stoppen. In de huidige kerk, zien we links en rechts voor op de kerkbanken het bordje: Collectant staan. Dit waren de speciale plekken voor hen, want collectant zijn was vroeger een mannenberoep en zij zaten aan beide kanten. Veelal zaten de vrouwen naast hen. Herman heeft tijdens het collecteren ook wel eens bijzondere munten gevonden, want die worden ook op de collecteschaal gedeponeerd. Herman vindt het bijzondere aan collectant zijn, dat onze kerk moet blijven bestaan. “Ik doe het uit liefde en als ik bij de uitgang moet staan ‘hengelen’ voor de deurcollecte maak mij dat niets uit.” Wim Emond (81 jaar) is toendertijd gevraagd door een eierenhandelaar. Zijn bijzondere moment is dat hij gewoon zijn werk doet. Hij vindt het niet bijzonder om dit te doen. Het is hem nog nooit overkomen dat een collecteschaal uit zijn handen viel. Op de vraag of zij ook bidden tijdens het collecteren, wordt door Arie wel beaamd. Hij zingt veelal mee met de liederen mee die op dat gezongen worden. Dit was vooral ten tijde dat er liederen werden gezongen vanuit de kerkboekjes van het Gooi en Sticht. Het waren voor Arie de mooiste liederen van Huub Oosterhuis en tegenwoordig worden deze bijna niet meer gezongen. Dat vindt hij helemaal niet leuk, maar als er toch een bekend liedje gezongen wordt tijdens de collecte dan zingt hij mee. Wim bidt tijdens een collecte nooit, maar als hij bidt dan is hij op dat moment kwaad. Hij is dan kwaad, maar waarover is bij hem een vraag… Aan het eind van het gesprek vertelde Herman nog een anekdote. Tijdens een collectantenvergadering kwam het verhaal dat een andere collectant zijn collecte toendertijd nog deed met een collectestok deed. Nu was er een parochiaan die het leuk vond om aan de collectezak te trekken. Het laat zich raden wat er gebeurde. De collectant wilde dat een keer voor zijn en boog de stok, zover dat deze mee boog op het moment dat er aan getrokken werd. Het laat zich raden wat er gebeurde toen hij bij de parochiaan aan kwam voor de collecte… Hierna deed hij het nooit meer. Nu ruim 57 jaar later stoppen Arie en Wim met hun taak. Herman gaat nog even door als collectant. De jongere generatie is nu aan zet. Voldaan met een bagage aan verhalen, anekdotes ging iedereen weer huiswaarts.