PDF PDF Print

Geloven behoeft inoefening

Vaak hoor ik mensen zeggen: ‘Je hoeft niet naar de kerk te gaan om te geloven.’ Ja, dat klopt. Geloven is net als voetballen. Om te kunnen voetballen hoef je ook niet bij een voetbalclub te zitten. Jarenlang heb ik in mijn jeugd op straat voetbal gespeeld. Ik vond dat ik toen aardig een balletje kon trappen. Maar ik heb pas echt leren voetballen toen ik op voetballen zat. Een á twee avonden in de week werd er getraind; daar werd je techniek bijgeschaafd en leerde je positiespel te spelen. Johan Cruijff heeft in zijn jeugd op straat in de Betondorp in Amsterdam gevoetbald. Hij is echter tot een wereldberoemde voetballer uitgegroeid, nadat hij de gelegenheid had gekregen om bij een club te voetballen.
Je kunt wel geloven zonder naar de kerk te gaan. Maar ik vraag mij wel af hoe het dan na enige jaren met je geloof gesteld is? Als je tot je jeugd met je ouders naar de kerk bent gegaan en daarna niet meer, blijf je dan niet hangen in het kinderlijk geloof? De heilige apostel Paulus spreekt in zijn brief aan de christenen van Corinthe over de gelovigen waaraan hij melk moet geven en geen vaste spijs, omdat zij die nog niet kunnen verdragen (1 Cor. 3,2).
Om verder te groeien in je geloof of om tot volwassen gelovige verder te groeien ben ik van mening dat je de Kerk nodig hebt. Door naar de kerk te gaan krijg je de gelegenheid om je geloof te praktiseren en je geloofservaring uit te wisselen. Oefening baart kunst. En je kunt er met pastores en anderen spreken en nadenken over je geloof, je vragen, je twijfels, je hoop of je verwachtingen voor de toekomst. Wees welkom.

Pastoor Tuan T. Nguyen