PDF PDF Print

Derde avond Hierna en goed mens-zijn nu

Jodendom

Op de derde avond van de reeks 'Hierna en goed mens-zijn nu' sprak rabbijn Shimon Evers, rabbijn van de synagoge te Amersfoort, justitierabbijn en docent aan de Joodse Maimonidesschool te Amsterdam. Hij vertelde over het hiernamaals en de betekenis daarvan voor het nu zoals dat binnen het jodendom wordt gezien. Zo'n 35 mensen luisterden aandachtig en kregen antwoord op hun vragen (foto: Guus Timmerman).

Na zichzelf te hebben voorgesteld, leidde rabbijn Evers zijn toehoorders in in het joodse denken over het hiernamaals en de betekenis ervan voor het nu aan de hand van een viertal citaten uit het boek "Pirké Avot" (= Spreuken der Vaderen) met uitspraken uit de 2e eeuw vóór tot midden 3e eeuw na het begin van de gewone jaartelling.

 

Relatie tot God en tot de medemens

In het eerste citaat (1:3) wordt de relatie van de mens tot God omschreven als de relatie van een dienaar tot zijn heer. Voor het dienen van zijn heer, is er voor de dienaar weliswaar een beloning, maar die beloning moet niet zijn leidmotief zijn. Je moet God dienen enkel omdat God wil dat je zo leeft.

 

In het tweede citaat (3:1) wordt gezegd dat, om te voorkomen dat je een overtreding begaat, je moet kijken naar waar je vandaan komt, waar je naar toe gaat en voor wie je in de toekomst rekenschap moet afleggen. Rekenschap afleggen moet ieder voor de Koning der koningen en dat oordeel is niet aan ons. Het leven bestaat uit twee verticale lijnen: een directe lijn, van de mens naar God, en een indirecte lijn, van de mens via de medemens naar God. Het oordeel is gebaseerd op beide lijnen. Wij gaan naar een 'plek van stof en wormen' en wat overblijft is wat we gedaan en niet gedaan hebben.

 

In het derde citaat (4:1) wordt gezegd dat wijs is wie leert van iedere mens, een held is wie zijn eigen neigingen weet te beheersen en wordt geëerd wie anderen eert. Rijk is iemand die tevreden is met zijn deel.

 

In het vierde citaat (4:17) wordt gezegd dat één uur van boetedoening en goede werken in deze wereld beter is dan het hele leven in de toekomende wereld en één uur van zaligheid in de toekomende wereld beter is dan het hele leven in deze wereld. De wereld waarin je bent, is de mooiste.

 

Bij een begrafenis

Rabbijn Evers ging ook in op de gebeden die bij een begrafenis worden gezegd. Deze staan opgetekend in het boek "Sefer haChajiem" (= Boek van het Leven). Als de overledene in het graf wordt gelegd, wordt gebeden: "Ga naar uw eindbestemming en blijf rusten, om weer op te staan volgens uw lot aan het einde der dagen". Als het gat is gedicht en de plechtigheid weer verder gaat, wordt gebeden: "Moge zijn ziel gebonden worden in de bundel van het leven... Scheld kwijt en vergeef alle tekortkomingen... Gedenk voor hem zijn verdiensten...". Ook Psalm 23 klinkt bij een joodse begradenis.

 

Vier werelden

In het joodse denken zijn er 4 werelden: (1) deze wereld waarin aan ieder individu is opgedragen zijn eigen persoonlijke verantwoordelijkheid op zich te nemen; (2) de toekomende wereld waar de ziel naar toe gaat; (3) de herleving van de doden, op een fysieke manier hoewel we niet weten hoe; (4) de komst van de Verlosser, een concrete mens die een verandering teweegbrengt. De eerste twee werelden zijn er nu al, de laatste twee moeten nog komen. Betreffende de 3e en de 4e wereld en hoe die zich tot elkaar verhouden, is er onduidelijkheid.

 

Bij de overgang naar de toekomende wereld wordt een oordeel uitgesproken en is er een paradijs (gan eden) en een hel (gehinnom). Rabbijnen van nu maken in hun toespraken ternauwernood gebruik van deze begrippen om hun gemeenteleden aan te sporen een 'vromer' leven te leiden. In vroegere tijden gebeurde dit wel.

 

De Tora begint met de tweede letter van het alfabet. Dat is omdat we in deze wereld altijd voor de keuze staan voor twee opties. Leven volgens de "Tien Uitspraken", die begint met de eerste letter van het alfabet, is één van die twee opties. Hoewel er in de Tora duidelijk sprake is van straf en beloning, is die straf en beloning niet heel duidelijk te merken. Dat is om onze keuzevrijheid te beschermen. Als ik onmiddellijk zou worden gestraft voor verkeerd handelen, zou ik niet meer verkeerd handelen. Wij kunnen niet weten hoe het hemels oordeel over een concrete mens uitvalt omdat wij van hem of haar altijd maar een deel zien.

 

Op de volgende avond, maandag 27 februari, spreekt de Oud-Katholieke emeritus-aartsbisschop Teus Glazemaker, vanuit het christendom.

 

 
Naar de openingspagina HIERNA EN GOED MENS-ZIJN NU