PDF PDF Print

Vastenbrief van de Nederlandse bisschoppen en van de Paus

Vastenboodschappen paus en Nederlandse bisschoppen

Op 22 februari begint de Vastentijd. Zoals ieder jaar publiceerde paus Benedictus XVI een boodschap voor deze voorbereidingstijd op Pasen (zie onder). Ook de Nederlandse bisschoppen kwamen, zoals in voorgaande jaren, met een brief voor de gelovigen in ons land, zowel in een uitgebreide versie als in een verkorte versie in de vorm van een voorleesbrief (zie onder).

 

Nederlandse bisschoppen

In hun brief schrijven de bisschoppen dat de boodschap van het evangelie ook “in tijden van onzekerheid en verwarring, van moedeloosheid en machteloosheid”, ons leert dat “geen bestaan hopeloos, geen situatie uitzichtloos, geen leven waardeloos” is.

 

Boodschap van paus Benedictus XVI

Als uitgangspunt van zijn boodschap voor de Veertigdagentijd neemt paus Benedictus XVI dit jaar een vers uit de Brief aan de Hebreeën: “Laten wij elkaar in het oog houden om met elkaar te wedijveren in liefde en daden van liefde” (Heb. 10,24). De paus ziet er een “beknopt, waardevol en altijd geschikt onderricht” in over drie aspecten van het christelijk leven: de zorg voor anderen, de wederkerigheid en de heiligheid.

 

Zorg voor anderen

Benedictus XVI stelt dat het werkwoord “in het oog houden” een krachtige oproep vormt om “zorg te hebben voor elkaar en niet onverschillig te blijven voor het lot van onze broeders en zusters.” God vraagt ons “hoeders van onze broeders en zusters te zijn” en te “verlangen naar wat goed is voor hen, in alle opzichten: lichamelijk, moreel en geestelijk.” En goed is “alles wat leven, broederlijkheid en gemeenschap schenkt, beschermt en bevordert.”

 

Broederlijke terechtwijzing

In het bijzonder vraagt de paus aandacht voor een aspect dat in onze tijd naar de achtergrond is verdwenen: de broederlijke terechtwijzing met het oog op het eeuwige heil. “Vandaag zijn wij in het algemeen zeer gevoelig voor de idee van de liefdadigheid en het zorgen voor het lichamelijk en materieel welzijn van de ander, maar wij hullen ons bijna geheel in stilzwijgen wanneer het gaat om onze geestelijke verantwoordelijkheid voor onze broeders en zusters. Dit was niet het geval in de vroege Kerk of in die gemeenschappen die waarlijk volwassen zijn in het geloof, die niet alleen bezorgd zijn om de lichamelijke gezondheid van hun broeders en zusters, maar ook om hun geestelijke gezondheid en hun uiteindelijke bestemming.”

 

Wederkerigheid

Over het tweede aspect, “de gave van de wederkerigheid”, schrijft Benedictus XVI dat een samenleving blind kan worden voor het lijden en de morele eisen van het leven, maar dat dit nooit het geval mag zijn in een christelijke gemeenschap. “De leerlingen van de Heer, met Hem verenigd door de eucharistie, leven in een broederschap die hen met elkaar verbindt als leden van één lichaam. Dit betekent dat de ander een deel van mij is en dat zijn leven, zijn heil mijn eigen leven en heil aangaan. […] Zowel onze zonden als onze daden van liefde hebben een sociale dimensie. Deze wederkerigheid ziet men in de Kerk, het mystieke lichaam van Christus.”

 

Heiligheid

Betreffende het derde element, de heiligheid, merkt de paus op dat de tijd die ons in dit leven is vergund, kostbaar is: door het onderscheiden en doen van goede werken in de liefde voor God groeit de Kerk naar volheid van Christus. En allen hebben we talenten gekregen die bedoeld zijn om te worden gebruikt voor het vervullen van Gods plan, voor het welzijn van de Kerk en voor ons persoonlijke heil. “De spirituele meesters herinneren ons eraan dat het in het geloofsleven zo is dat zij die niet vooruitgaan, onvermijdelijk achteruit gaan”, schrijft de paus.
 
Downloads: